Inpassingsplannen voor windmolens op land zijn onwettig

In de wet op ruimtelijke ordening staat:

Wet Ruimtelijke Ordening – Rijksinpassingsplan

Artikel 3.28.1

Indien sprake is van nationale belangen kan Onze Minister, de gemeenteraad en provinciale staten gehoord, voor de daarbij betrokken gronden een inpassingsplan vaststellen.

en ook:

Wet Ruimtelijke Ordening – Provinciaal inpassingsplan

Artikel 3.26.1

Indien sprake is van provinciale belangen kunnen provinciale staten, de betrokken gemeenteraad gehoord, voor de daarbij betrokken gronden een inpassingsplan vaststellen.

 

Als een provincie een inpassingsplan zal vaststellen voor het plaatsen van windmolens op land, dan doet zij dit in opdracht van de Rijksoverheid. Als er een provinciaal belang is, dan is dat in dit geval een afgeleide van het nationaal belang. We kunnen ons daarom concentreren op artikel 3.28.1.

De overheid gaat er in de regel van uit dat er door een besluit op nationaal niveau automatisch een nationaal belang ontstaat. Maar als dat zo zou zijn, dan had artikel 3.28.1 geluid:

Wet Ruimtelijke Ordening – Rijksinpassingsplan

Artikel 3.28.1

Onze Minister kan, de gemeenteraad en provinciale staten gehoord, voor de daarbij betrokken gronden een inpassingsplan vaststellen.

 

Echter, dat staat er niet! De wetgever heeft expliciet de voorwaarde van een nationaal belang gesteld. Dat betekent dat het de bedoeling van de wetgever is, dat deze voorwaarde kan worden getoetst.

Laten we dan nu de voorwaarde van een nationaal, en daarvan afgeleid provinciaal, belang toetsen:

  • De overheid heeft er geen belang bij om windmolens op land te plaatsen i.p.v. op zee omdat het op zee goedkoper is (kostenefficiëntie).
  • De burger heeft er geen belang bij om windmolens op land te plaatsen i.p.v. op zee omdat de windmolens op land overlast geven (laagfrequent geluid, schaduweffect, horizonvervuiling).
  • Het milieu heeft er geen belang bij om windmolens op land te plaatsen i.p.v. op zee omdat op zee voor hetzelfde geld meer groene energie kan worden opgewekt.

Als de overheid, haar burgers én het milieu er geen belang bij hebben om windmolens op land te plaatsen i.p.v. op zee, dan is er géén nationaal belang. Dan is dus niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 3.28.1 van de Wet Ruimtelijke ordening. Daarmee is een eventueel inpassingsplan voor windmolens op land onwettig.


Deel deze pagina:   
Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail